Bestuurders van private equity-bedrijven lenen steeds vaker met carried interest als onderpand
Steeds meer directeuren van private equity-bedrijven verpanden hun toekomstige winstdeel uit deals om leningen aan te gaan.
Het aantal aanvragen hiervoor is in heel Europa gestegen tot 459 in de eerste helft van dit jaar, aldus de Financial Times. Leningen tegen een toekomstig winstdeel als borg is niet nieuw bij bestuurders van private equity-bedrijven. Maar meestal ligt het aantal leningen drie keer zo laag als nu, signaleert de zakenkrant.
De Financial Times verwijst naar de Londense broker Enness Globa, die leningen verstrekt aan bestuurders van private equity-bedrijven tegen de borg van verwachte carried interest-betalingen. Dat bedrijf zegt in de Financial Times nog nooit zo'n grote vraag te hebben gezien.
De krant legt een verband met de moeite van private equity-bedrijven om buyout-portefeuilles te verkopen. De behoefte aan cash zou daardoor toenemen bij private equity-bedrijven. De problemen met private equity-bedrijven die hun assets niet verkocht krijgen, is al eerder benoemd door de sector. Het aantal exits van private equity-bedrijven is in geen tien jaar zo laag geweest als in het laatste kwartaal van 2023, aldus cijfers van adviesbureau Bain & Co.
De carried interest is de fee voor de investeerder als beleggingen zijn verkocht met een rendement boven een vooraf vastgesteld minimum. De dealmakers delen volgens de FT meestal 20 procent van de winst, de fondsinvesteerders de rest.
De krant verwijst naar de VS, waar de carried interest over het algemeen wordt uitgekeerd voor elke deal die de drempel overschrijdt. “Maar in Europa moeten managers meestal wachten tot er voldoende deals zijn gesloten om het hele fonds boven de drempel te brengen”, aldus de Financial Times.
Managers kunnen lenen tegen de carried interest die ze naar verwachting zullen ontvangen op basis van de waardering van een fonds, inclusief nog niet gerealiseerde investeringen. Onder de private banken die deze dienst aanbieden, bevinden zich UBS, Citi en Deutsche Bank, aldus de Financial Times.