Overslaan en naar de inhoud gaan

Geopolitiek als dealbreaker: FDI-screening en de nieuwe realiteit van Nederlandse M&A

De Nederlandse M&A-praktijk bevindt zich midden in een – inmiddels niet meer zo – stille maar fundamentele verschuiving. Het traditioneel open en aantrekkelijke investeringsklimaat van Nederland komt steeds verder onder druk te staan en de speelruimte voor (buitenlandse) investeerders wordt in toenemende mate begrensd, steeds vaker door geopolitieke overwegingen.

Joep Schreijer, Dentons
Joep Schreijer, Dentons

Recente ontwikkelingen, waaronder de interventies rond strategische technologiebedrijven als Nexperia en Solvinity, illustreren dat overnames niet langer uitsluitend langs economische of commerciële lijnen worden beoordeeld. Het speelveld verandert en de opkomst van foreign direct investment (FDI) screening als materiële factor markeert een nieuwe fase: investeringsscreening is niet langer louter een procedurele horde, maar een variabele, dealbepalende factor die vanaf dag één strategische aandacht vereist.

Advertentie

De toenemende aandacht voor FDI-screening past binnen een bredere Europese en mondiale trend. Ook Nederland wordt alerter op afhankelijkheden in kritieke sectoren, wat zich vertaalt in een verschuiving van een reactieve naar een proactieve overheid, met een strategisch (investerings-)beleid dat nationale veiligheid, (digitale) autonomie en economische soevereiniteit centraal stelt.

Recent nog is door minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) bekendgemaakt dat de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) in 2027 wordt uitgebreid met 6 (deeptech) technologieën waarbinnen een veiligheidstoets kan plaatsvinden, naast de huidige ‘sensitieve technologie’ van quantum, fotonica, halfgeleiders en dual use goederen.1 Daarnaast wordt er door de overheid €360 mln. extra in deeptech geïnvesteerd.2

In het licht van de huidige geopolitieke dynamiek en een steeds breder wordend toetsingskader, is de verwachting dan ook dat dergelijke interventies door overheden in frequentie zullen toenemen.

Solvinity en Nexperia

Op 25 mei jl. greep de Nederlandse overheid in bij de overname van Solvinity, het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid beheert, door het Amerikaanse Kyndryl. Een primeur. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit heeft de Solvinity-overname verboden ‘ter bescherming van het publieke belang’, op advies van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) die de overname sinds november 2025 onderzocht.3 Niet op basis van de Wet Vifo, maar op grond van de Wet ongewenste zeggenschap telecom (WOZT)4. De motivering is niet openbaar. In deze casus speelt de gevoeligheid over vitale digitale infrastructuur en digitale autonomie. Het betrof hier een IT-dienstverlener die niet zelf een klassieke telecomaanbieder is, maar wél onder de WOZT valt. Hoewel dergelijke infrastructuur niet altijd evident is aan te merken als “kritiek”, lijkt de reikwijdte ruim te worden geïnterpreteerd. Ook IT-dienstverleners zoals cloudbedrijven die indirect toegang hebben tot dergelijke systemen kunnen binnen de scope van FDI-screening vallen.

Daarnaast heeft de casus rondom Nexperia, een in Nederland gevestigd halfgeleiderbedrijf met Chinese aandeelhouder sinds 2019 (dus te vroeg voor de Wet Vifo), laten zien dat geopolitiek inmiddels een doorslaggevende rol speelt – en hoe disruptief een investeringsscreening voor een business kan uitpakken. Bij bevel van demissionair minister Karremans (EZK) greep de Nederlandse overheid in op basis van de Wet beschikbaarheid goederen (Wbg 1952), om te voorkomen dat door Nexperia geproduceerde goederen niet beschikbaar zouden zijn in een noodsituatie. Doordat de halfgeleidersector van strategisch belang wordt geacht, kwalificeert buitenlandse inmenging snel als potentieel risico.

Het juridisch kader: Vifo als spil in een groeiend web van toetsingskaders

Sinds 1 juni 2023 is de Wet Vifo in werking, met terugwerkende kracht tot peildatum 9 september 2020, welke onder meer ziet op (i) vitale aanbieders (bijvoorbeeld op gebied van drinkwater, kernenergie en luchtvervoer), (ii) ondernemingen actief in sensitieve technologie (waaronder kwantumtechnologie, fotonica, halfgeleiders en dual use goederen) en (iii) beheerders van bedrijfscampussen die van belang zijn voor de nationale veiligheid. Deze wet vormt het centrale Nederlandse instrument voor FDI-screening en geeft de overheid bevoegdheden om transacties te toetsen en zo nodig (geheel of gedeeltelijk) te blokkeren. De toetsing richt zich primair op risico’s voor de nationale veiligheid, continuïteit van vitale processen en ongewenste strategische afhankelijkheden.

Daarnaast blijft sectorspecifieke regelgeving bestaan – en verder toenemen (o.m. met de recente uitbreiding van de Energiewet en de aanstaande toetsing van defensie-gerelateerde investeringen) – en vervult de herziene EU FDI Screening Regulation een coördinerende functie.

De verwachting is dan ook dat de rol en reikwijdte van FDI-screening verder zal toenemen (evenals de werkdruk bij het BTI). Niet alleen traditionele sectoren zoals energie en halfgeleiders blijven onder de loep, maar ook opkomende deeptech-domeinen zoals AI, nano- en biotechnologie zullen in-scope worden gebracht.

Hoewel de formele toetsingskaders in theorie de discretionaire ruimte van overheden begrenzen, bevatten zij veelal open normen – zoals 'publiek belang’, 'strategisch belang' en 'nationale veiligheid' – die de overheid beoordelingsruimte bieden, die bovendien steeds politieker wordt ingevuld. De kaders zijn weliswaar ‘landenneutraal’ en juridisch omkleed, maar politieke context en maatschappelijke druk spelen in de praktijk een niet te verwaarlozen rol in de besluitvorming (zoals de Solvinity-zaak illustreert).

Impact op de M&A-praktijk

Dit alles vergroot de onzekerheid voor transactiepartijen en heeft verder praktische gevolgen voor de M&A-praktijk, die vrijwel alle fases van het transactieproces raken.

Allereerst brengen FDI-procedures onvermijdelijk vertraging met zich mee, met name door (pre-)notificatiefases en informele afstemming met autoriteiten. Ook zoeken partijen actief naar manieren om risico’s te mitigeren, bijvoorbeeld door carve-outs van gevoelige activiteiten of het structureren van joint ventures dan wel minderheidsdeelnemingen in plaats van ‘control’. Daarnaast staat de dealzekerheid onder druk. FDI-toetsing is in veel transacties inmiddels een standaard condition precedent (CP).

Dit alles vertaalt zich in een toenemend gebruik van hell-or-high-water verplichtingen, reverse break fees, flexibele long stop dates en specifiekere FDI-conditions precedent met gedetailleerde cooperation covenants en expliciete regulatory risk-allocatie.

De conclusie is helder: geopolitiek is geen incidentele factor meer. FDI-screening is verschoven van tick-the-box-formaliteit naar strategisch kernonderdeel die het gehele transactieproces kan beheersen. Met een steeds ruimer wordend web van toetsingskaders en overnames die in-scope zijn, bepaalt FDI-screening in toenemende mate óf een transactie doorgaat, onder welke voorwaarden en tegen welke prijs. Succesvolle dealmaking vereist daarom een geïntegreerde aanpak waarin politieke sensitiviteit, strategische positionering en regulatory planning vanaf dag één centraal staan. Geopolitiek als nieuwe dealbreaker, dat is er een die we alleen maar vaker zullen gaan zien.

Joep Schreijer is counsel binnen het corporate en m&a-team van Dentons in Amsterdam. Hij adviseert cliënten, variërend van (private equity-)investeerders en corporates tot ondernemers, over een breed scala aan ondernemingsrechtelijke en transactionele vraagstukken, met een focus op complexe, veelal grensoverschrijdende m&a-transacties, joint ventures en corporate real estate. Zijn cliënten zijn actief in sectoren als consumer & retail, leisure, technologie en real estate, waaronder logistiek en infrastructuur.

1 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/06/08/zes-technologieen-per-1-januari-2027-toegevoegd-aan-wet-vifo

2 https://fd.nl/tech-en-innovatie/1599460/overheid-steekt-360-mln-extra-in-fonds-voor-deeptech

3 https://fd.nl/politiek/1597783/kabinet-verbiedt-overname-solvinity-na-advies-toezichthouder

4 Op grond van artikel 14a.4, eerste lid van hoofdstuk 14a van de Telecommunicatiewet.