Schuldeisers ook met WHOA achtergesteld

Schuldeisers hebben weinig invloed op het verloop van een faillissement. 

De zeggenschap van schuldeisers wanneer een onderneming failliet dreigt te gaan is nog altijd beperkt. Dat concludeert Erik de Kloe (Erasmus School of Law) in zijn proefschrift. 

Dit is ook het geval sinds de invoering van de WHOA, de Wet Homologatie Onderhands Akkoord die in 2021 in het leven is geroepen. Die stelt bedrijven in staat om een schuldregeling te treffen met schuldeisers, inclusief banken en aandeelhouders. Dit betekent dat schuldeisers een percentage van het uitstaande bedrag ontvangen (bijv. twintig procent) en de rest van de schuld wordt kwijtgescholden. Een voorwaarde is dat een meerderheid van de schuldeisers hiermee instemt. “Het idee is dat de schuldeisers met een WHOA beter af zijn dan wanneer een bedrijf failliet gaat. Ze krijgen nog iets en ook kan de onderneming doorgaan. Hoewel schuldeisers stemrecht hebben, is ook hier hun invloed heel beperkt. Er komt een aanbod en daar kunnen ze alleen maar ja op nee opzeggen”, zegt de Kloe.

Via een WHOA wist ADO Den Haag bijvoorbeeld een faillissement af te wenden. De belastingdienst kreeg veertig procent en de concurrente schuldeisers kregen tot twintig procent van de openstaande vordering. De aandeelhouders, inclusief de Chinese grootaandeelhouder die veel in het nieuws was, kregen niets meer voor hun aandelen. De Chinese partij was het niet eens met de gang van zaken en onthield zich van stemming, maar raakte toch haar aandelen kwijt. De aandeelhouders blijven bij een WHOA vaak met lege handen achter en vinden dat logischerwijs niet leuk, ziet De Kloe.

De Kloe keek ook naar andere landen. In België kunnen schuldeisers via een online portaal het faillissement volgen, maar hebben ze bijna geen inspraak. In Duitsland is de inspraak van schuldeisers juist groot. “Dit kost vaak extreem veel tijd en manuren, terwijl er in de praktijk meestal weinig geld meer te verdelen is. Wat ze in Engeland doen vind ik interessant. Pas wanneer een deel van schuldeisers aan de bel trekt, wordt een officiële vergadering van schuldeisers gehouden.”

Al met al vindt de promovendus het vreemd dat schuldeisers vrijwel geen inspraak hebben, terwijl een de curator het faillissement in de eerste plaats afwikkelt ten behoeve van deze schuldeisers. De Kloe: “Niet dat zij het volledig voor het zeggen moeten krijgen, maar schuldeisers moeten hun belangen en mening kunnen delen. Zo moeten evengoed maatschappelijke belangen op tafel komen. Ik vind dat een curator zijn best moet doen om al die belangen helder te krijgen. Zijn primaire taak blijft zoveel mogelijk geld binnenhalen voor schuldeisers. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als de volksgezondheid in het geding is, zou hij voorrang mogen geven aan maatschappelijke belangen.”

Lees ook: De afwikkeling van FTX zal een grote, complexe uitdaging zijn
 

Gerelateerde artikelen