Convent Capital: ‘De bank zweette peentjes’

Bij veel private equity firms is duurzaamheid en ESG een bijzaak. Convent Capital ziet het als core business. MenA.nl ging in gesprek met managing partner Maarten Meijnen en investment manager Steven Bernaert en sprak over een nieuwe generatie investeerders, de circle economy en de harde kant van duurzaam ondernemen. 'Closed-end private equity funds onverenigbaar met duurzaam ondernemen'.
“Wij zagen dat investeringsmaatschappijen als Bencis, Gilde en Waterland hoger in de markt gingen zitten. Ik kwam bij veel bedrijven die onder de treshhold van bestaande private equity bedrijven vallen en daarom geen financiering krijgen. Hier zitten heel veel mooie bedrijven tussen. Zij zijn daarom aangewezen op bankleningen of een Poolse landdag aan informal investors.” Als werknemer van Egeria had Meijnen contact met de familie Kloosterboer. “Dat is een mooi familiebedrijf en ik kwam vaak over de vloer. Zij zochten naar een mogelijkheid om op een ondernemende manier te  investeren. Wij zagen een goede kans om te investeren in het segment van bedrijven met een omzet van één tot dertig miljoen. Dirk en ik hebben een pitch opgezet. Een maand na de pitch stonden de handtekeningen onder een investerings commitment.”
Mede-oprichter Dirk Hoorn werkte bij advocatenkantoor Loyens & Loeff en Meijnen was leverage finance bankier bij de Rabobank en daarna investeringsmanager bij Egeria. Recent is het team uitgebreid met investeringsmanager Steven Bernaert, afkomstig van consultancybedrijf Spring Associates. Meijnen: “Bij Rabobank heb ik de basis geleerd en bij Egeria kreeg ik de vrijheid om een netwerk te bouwen en het investeringsvak te leren.”
Duurzaam of failliet
In de pitch voor de familie Kloosterboer stond duurzaamheid centraal. “Wij hebben een persoonlijk geloof dat bedrijven duurzaam moeten gaan ondernemen. Bedrijven die niet duurzaam zijn gaan vroeg of laat failliet. Investeren in deze bedrijven zal de eigen portemonnee geen kwaad doen. Er is een verduurzaming van de economische orde nodig. Dat is geen overwaaiende hype.” Meijnen ziet dat steeds meer fondsinvesteerders als pensioenfondsen eisen stellen aan investeerders op het gebied van environment, social en governance (ESG). Daarnaast ziet hij dat veel bedrijven waarde vernietigen door inefficiënt om te gaan met grondstoffen. Dat biedt een kans om waarde toe te voegen. Hergebruik van materialen staat centraal in de investeringsfilosofie van Convent Capital. “Wij gebruiken ‘circulariteit’ als instrument om waarde toe te voegen. Het hogere doel is een circulaire wereld. Wij denken zo een beter rendement te maken dan andere investeerders. Bij de exit zetten wij een beter bedrijf neer. Daar biedt de markt een hogere prijs voor.” 
Het circulair maken van een bedrijf vereist actief management. Om deze reden neemt Convent Capital geen genoegen met een minderheidsaandeel. “We gaan bij een investering terug naar de kern van het bedrijf, terug naar de missie. Net als alle private equity bedrijven onderzoeken we alle aspecten zoals productie, financiën, strategie en het businessplan. Daar komen bottlenecks uit voort, zoals de kapitaalbehoefte. Dan gaan wij verder en kijken wij hoe het bedrijf op het gebied van ESG en circulariteit stappen kan zetten. Daar komen plannen uit met meetbare targets. Deze worden gemonitord in maandelijkse rapportages, jaarverslagen en ESG scans.”
Circulariteit als harde eis
Meijnen juicht het toe als andere investeerders hun businessmodel omarmen, ook al verliezen ze daarmee hun onderscheidend vermogen. “Nu zie ik geen investeerders die op dezelfde manier investeren. Je ziet steeds meer private equity fondsen die ESG-scans uitvoeren, maar meestal blijft het passief. Andere investeerders zullen niet snel ondernemers dwingen een bedrijf richting duurzaamheid te sturen. Wij willen deze stappen wel maken. Als dat niet kan zien wij af van de investering. Wij moeten van tevoren weten dat het management open staat om circulariteit door te voeren in de bedrijfsvoering. Dat is een harde eis.”
Meijnen geeft een recente investering in Velopa als voorbeeld. Het bedrijf maakt straatmeubilair zoals fietsenrekken, speeltoestellen en zitbanken. “Velopa stopt niet bij de aflevering van het product. Het bedrijf kan circulair werken door ook het onderhoud te verzorgen en producten te recyclen. Dat heeft impact op het hele bedrijf. Bijvoorbeeld de designafdeling moet toestellen zo ontwerpen dat ze demontabel zijn zodat de verschillende onderdelen makkelijker hergebruikt kunnen worden.”
Het businessmodel van Convent Capital heeft ook gevolgen voor de financiering van de deals. “Wij gebruiken een vrij conservatieve ratio van 50 procent eigen vermogen en 50 procent vreemd vermogen. Daarbij moet worden aangetekend dat onze laatste deal ‘all- equity’ was. De bank deed zo moeilijk over alles waardoor ondernemen heel moeilijk zou worden als we bankfinanciering zouden gebruiken. De bank zweette peentjes bij iedere euro die van de ebitda afging. In onze ogen waren dat noodzakelijk investeringen in een reorganisatie en CO2-reductie.” 
Meijnen denk wel dat er voor banken een grote kans ligt in de financiering van circulaire bedrijfsmodellen. Momenteel hebben banken daar weinig ruimte voor. “Ze kunnen convenanten inbouwen op duurzaamheidsgebied, waarin bepaald wordt dat een lening wordt stopgezet als een bedrijf niet aan de duurzaamheidseisen voldoet. Hiermee help je de bedrijven die duurzaam opereren en dwing je bedrijven duurzaamheid meetbaar te maken.”
Closed-end funds onverenigbaar met duurzaam ondernemen
De investeringen uit het fonds van Convent Capital hebben geen vaste looptijd. “Een closed-end fonds past niet bij onze investeringsfilosofie. Die zijn in onze ogen onverenigbaar met duurzaam ondernemen. Bij sommige bedrijven kan je snel rendement maken, maar bij andere bedrijven kost het meer tijd om een fundamentele en duurzame transitie door te voeren. Dat betekent dat wij onze fondsinvesteerders niet kunnen beloven dat hun inleg op een vast moment wordt uitgekeerd. We hebben afgesproken dat na een vaste termijn met de investeerder wordt gesproken hoe verder te gaan: Door investeren of uitkeren aan de investeerders? Zo hou je de mogelijkheid om – waar dat nodig is – bedrijven de tijd te geven.”
Generatie met geld én idealen 
De duurzaamheids insteek van Convent Capital heeft nog een mogelijk extra voordeel. Meijnen (37) en Bernaert (29) denken dat zij als werkgever aantrekkelijk zijn voor potentiële nieuwe werknemers. Bernaert werkt sinds kort voor Convent. “Mijn vereiste voor een baan is dat duurzaamheid centraal staat. Het is de ideale combinatie van boeiend werk waarmee je een steentje kan bijdragen aan de maatschappij.” Meijnen denkt dat jonge professionals duurzaamheid steeds belangrijker vinden. “Er zijn nog genoeg mensen die gaan voor het geld, maar steeds meer jongeren willen meer. Zij kiezen voor een baan die goed betaald én inspirerend is.” Bernaert merkte dat ook al in zijn tijd bij Spring Associates. “Veel mensen kiezen bewust voor Spring om de duurzaamheids insteek. Terwijl ze ook kunnen werken voor BCG of McKinsey.” 
Een aantrekkelijke positie op de arbeidsmarkt gaat Convent Capital nodig hebben. Nu bestaat het bedrijf nog uit twee partners, één investeringsmanager en twee part-time medewerkers voor marketing en hr. “Het aantal mensen moet verdubbelen. Op termijn willen wij doorgroeien naar 30 tot 50 miljoen geïnvesteerd vermogen verspreid over acht tot tien bedrijven.”
Gerelateerde artikelen