Nils Rode (Schroders Capital) ziet vooral kansen voor private equity

'Perioden van zwakke fondsenwerving vallen samen met aantrekkelijke instapmomenten.'

Private equity kampt al vier jaar met een uitzonderlijk lange terugval. Terwijl beurskoersen records breken, blijven fondsenwerving, deals en exits achter. Toch hoeft die langdurige malaise niet alleen negatief te worden uitgelegd, stelt Nils Rode, Chief Investment Officer bij Schroders Capital. “Juist in minder drukke segmenten van de markt, waar waarderingen lager liggen en minder kapitaal jaagt op kansen, ontstaan aantrekkelijkse mogelijkheden voor de lange termijn.”

De neergang in private equity is inmiddels de langste op rij sinds de sector volwassen werd. Sinds de piek in 2021 zijn fondsenwerving, investeringsactiviteit en het aantal exits scherp teruggevallen. Eerst leek eind 2024 en begin 2025 herstel in zicht, met oplopende exit-activiteit. Ook in de tweede helft van 2025 trok de markt voorzichtig aan. Maar beide oplevingen bleken van korte duur.

Dwarsligger: macro-economische onzekerheid
De eerste opleving werd gesmoord door onrust na Amerikaanse tariefaankondigingen en de bijbehorende volatiliteit op de financiële markten. De tweede kreeg een knauw door het conflict in Iran en de bredere spanningen in het Midden-Oosten, gevolgd door hogere energieprijzen. Daarmee keerde een bekende dwarsligger terug: macro-economische onzekerheid.

Maar volgens Rode vallen in private equity perioden van zwakke fondsenwerving historisch vaak samen met aantrekkelijke instapmomenten. Minder concurrentie, realistischer prijsniveaus en meer ruimte voor operationele verbetering kunnen dan in het voordeel werken van investeerders met geduld en discipline.

Rode wijst op het kenmerk van de huidige markt dat de aanpassing ongelijk verloopt. Wereldwijd is de fondsenwerving fors teruggevallen ten opzichte van de piek in 2021 en zijn investeerders kritischer geworden op prijs en kwaliteit. “Maar het beschikbare kapitaal is nog altijd sterk geconcentreerd in de grootste fondsen en de grootste transacties.”

New at AIF: Investing in Private Markets Series 2026
Master private markets in three high-impact programs led by Prof. Cyril Demaria and top industry experts: Investing in Private Real Estate, Investing in Private Debt, and Investing in Private Infrastructure.

Delen van de markt onderbezet
Juist daardoor blijven andere delen van de markt relatief onderbezet. Vooral bij kleine en middelgrote buy-outs zien veel beleggers nog ruimte. Het gaat dan om bedrijven met een ondernemingswaarde van minder dan 1 miljard dollar. In dat segment is de concurrentie om deals beperkter, terwijl het aantal potentiële doelwitten veel groter is.

Dat verschil is volgens Rode terug te zien in de waarderingen. “De gemiddelde instapmultiple bij kleine en middelgrote transacties ligt ongeveer 40 procent lager dan bij grote buy-outs.” Vergeleken met vergelijkbare beursgenoteerde smallcaps loopt dat verschil zelfs op tot circa 55 procent. Rode ziet daarin een aantrekkelijker vertrekpunt. “Zeker in een markt waarin hoge waarderingen elders de toekomstige rendementen onder druk kunnen zetten.”

Terugdraaien van eerder opgelopen waarderingen
Dat gunstiger waarderingsklimaat geldt volgens Rode ook voor software, ondanks de negatieve stemming rond de sector. “De scherpe koerscorrectie bij beursgenoteerde softwarebedrijven lijkt niet alleen samen te hangen met zorgen over kunstmatige intelligentie, maar ook met het terugdraaien van eerder opgelopen waarderingen. Zelfs na die correctie liggen publieke softwarewaarderingen in veel gevallen nog altijd boven die van private equity-transacties.”

Kleinere bedrijven hebben daarnaast vaker een binnenlandse focus, aldus Rode, en zijn daardoor minder gevoelig voor verstoringen in de wereldhandel of geopolitieke schokken. In combinatie met doorgaans lagere schuldratio’s maakt dat ze weerbaarder in volatiele periodes.

Rendement minder afhankelijk van financiële hefboom
In dit deel van de markt draait het rendement volgens Rode minder om financiële hefbomen en meer om operationele waardecreatie. Fondsmanagers die hiervoor kiezen proberen niet vooral winst te boeken met slimme financiering, maar met het verbeteren van processen, het versterken van managementteams en het versnellen van groei, zowel autonoom als via overnames.

Rode wijst op sectoren als gezondheidszorg, zakelijke dienstverlening en technologisch ondersteunde diensten. “Daar kunnen operationele verbeteringen relatief snel leiden tot hogere marges en winstgroei. Over langere perioden heeft dit model zich vaker bewezen: kleine en middelgrote buy-outs behoren historisch tot de meest consistente rendementsbronnen binnen private equity en lieten in meerdere grote marktverstoringen een opvallende veerkracht zien.”

Secundaire markt wint aan belang
Terwijl traditionele exits moeizaam blijven verlopen, wint de secundaire markt snel aan belang, vervolgt Rode. Zowel door beleggers geïnitieerde verkopen van fondsbelangen als zogeheten continuation-constructies spelen daarin een steeds grotere rol. Rode: “Volgens cijfers van marktintermediairs kwam de wereldwijde secundaire markt in 2025 uit boven de 200 miljard dollar, een record.”

Vooral continuation vehicles rukken op. Daarbij houdt een fondsbeheerder een goed presterend bedrijf langer in bezit via een nieuw vehikel, terwijl bestaande beleggers kunnen uitstappen. Zulke transacties komen relatief vaak voor in het lagere middensegment, waar de operationele verbetering nog niet is afgerond en beheerders menen dat verdere waardestijging haalbaar is.

Voor nieuwe investeerders kan dat aantrekkelijk zijn, besluit Rode. “Zij stappen dan in bij bedrijven met een bewezen operationele geschiedenis, een duidelijker groeipad en vaak een vernieuwde governance- en kapitaalstructuur. Waar continuation-investeringen eerder als niche werden gezien, groeien ze steeds meer uit tot een volwaardig onderdeel van de markt.”

LEES OOK: Meeste portfolio’s private equity nog in vroege fase van AI-adoptie

Related articles