Investeerders willen 4 miljard terugtrekken uit Vesteda

Veranderde fiscale regels maken huurwoningen minder aantrekkelijk.

Investeerders van woningbelegger Vesteda hebben het bedrijf weer wat financiële lucht gegeven, nadat ze hebben ingestemd met een pakket maatregelen. Donderdag leek de grootste commerciële woningbelegger van Nederland nog verder onder financiële druk te komen, waardoor mogelijk een deel van de woningportefeuille verkocht zou moeten worden.

Begin maart meldde Vesteda dat vrijwel alle investeerders hebben aangegeven dat ze hun financiële belang in het fonds geheel of gedeeltelijk willen afbouwen. De totale waarde daarvan bedraagt 4,1 miljard euro. Deze verzoeken konden nog tot 20 april naar beneden worden bijgesteld, maar deze deadline is nu bijgesteld naar 1 juli.

Vesteda belegt in woningen met geld van bijvoorbeeld pensioenfondsen en verzekeraars. Het concern heeft circa 28.000 woningen in portefeuille, met een totale waarde van 9,4 miljard euro. Acht jaar geleden nam Vesteda de woningportefeuille over van NN. Maar door onder meer veranderde belastingregels zijn investeringen in woningverhuur minder aantrekkelijk geworden.

Daarnaast stemden de investeerders in met wijzigingen van de termijnen waarin de verzoeken tot afbouwen worden afgehandeld. De verplichting om binnen achttien maanden een deel van de verzoeken uit te voeren, wordt vervangen door een extra toezegging om te proberen bepaalde resultaten te halen, een zogenoemde inspanningsverplichting. Daarnaast wordt de periode voor volledige afwikkeling verlengd van 36 naar 60 maanden.

Afgelopen donderdag leek de financiële druk bij Vesteda nog verder toe te nemen, nadat de woningbelegger te weinig steun kreeg van obligatiehouders voor een voorstel dat moet voorkomen dat zij hun geld kunnen opeisen. Momenteel kunnen obligatiehouders het door hen uitgeleende geld opeisen wanneer Vesteda stopt met een ‘substantieel’ deel van zijn bedrijfsactiviteiten; bijvoorbeeld als Vesteda veel woningen moet verkopen. (ANP)

Related articles