Fraude CFO wordt toegerekend aan verkopende aandeelhouder

Last modified: 19 december 2025 14:25
De NCC baseerde zich op vaste rechtspraak van de Hoge Raad over toerekening van kennis en handelen.

Eerder dit jaar deed de Netherlands Commercial Court (NCC) (ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:1453) een uitspraak waarin fraude van de CFO werd toegerekend aan de verkopende aandeelhouder, met alle gevolgen van dien voor de aansprakelijkheid van de verkoper onder de SPA.

Deze uitspraak verduidelijkt maar weer eens dat in een markt waarin W&I-verzekeringen vaak worden gezien als het ultieme vangnet, die bescherming niet onbeperkt is. Voor private equity-investeerders en andere verkopende aandeelhouders is dit een duidelijke waarschuwing: vertrouw niet blind op W&I-dekking, maar blijf alert op de juridische details in transactiedocumentatie en de kwaliteit van de in het kader van de transactie verstrekte informatie.

De kern van de zaak
De vraag die voorlag was of fraude (c.q. bedrog) van de CFO van een onderneming kan worden toegerekend aan de verkopende aandeelhouder? Dit vraagstuk speelde in de context van een transactie waarin aansprakelijkheid van de verkoper in de SPA sterk was beperkt. De koper kon in principe alleen terugvallen op de W&I-verzekering, behalve bij fraude van de verkoper.

Waarom is dit juridisch interessant?
De NCC baseerde zich op vaste rechtspraak van de Hoge Raad over toerekening van kennis en handelen. Volgens deze leer kunnen gedragingen of kennis van een functionaris van een rechtspersoon aan een rechtspersoon of andere rechtspersoon binnen de groep worden toegerekend als dit maatschappelijk als eigen handelen of kennis geldt.

Twee kernbegrippen spelen hierbij een rol, namelijk de mededelingsplicht van de betreffende functionaris en de plicht van de rechtspersoon om actief navraag te doen bij twijfel. Voor een private equity-investeerder, die doorgaans slechts via de aandeelhoudersvergadering of een toezichthoudend orgaan betrokken is bij de vennootschap, kan dit betekenen dat zij niet eenvoudig kan volstaan met de stelling: “Wij waren niet op de hoogte.”

Het oordeel van de NCC
In deze zaak oordeelde de NCC dat de CFO ten onrechte had ingestemd met het uitstellen van kosten en het treffen van een voorziening voor opgebouwde vakantierechten. Deze handelingen werden als bedrog aangemerkt en toegerekend aan de verkoper.

Doorslaggevend was dat de verkoper de moedermaatschappij was, actief was betrokken bij de transactie, en dat de CFO op de hoogte was van het M&A-proces. Bovendien verwees de NCC naar de SPA-definitie van “kennis van de verkoper”, waarin de CFO expliciet werd genoemd. Een beperkte toerekening – alleen tot eigen bestuurders – zou volgens de NCC onwerkbaar zijn en morele risico’s creëren.

Praktische lessen

• Blijf actief betrokken bij informatie-uitwisseling tijdens het M&A-proces.

• Leg expliciet vast in de transactiedocumentatie hoe toerekening van kennis en fraude wordt geregeld.

• Voer interne checks uit bij portfolio-ondernemingen om fraude en onvolledige of onjuiste informatievoorziening te voorkomen.

Conclusie
Naar mijn mening neemt het NCC in haar analyse wel enkele korte afslagen, en het is zeer de vraag of deze uitspraak stand zou houden in een eventueel hoger beroep. Toch maakt deze uitspraak één ding duidelijk: volledig vertrouwen op het managementteam én een W&I-verzekering biedt geen absolute zekerheid.

Voor verkopende aandeelhouders is dit een belangrijk signaal om hun eigen verantwoordelijkheid niet te onderschatten.

Antoinette van der Hauw, advocaat, is lid van de praktijkgroep Corporate/M&A van Loyens & Loeff.

Related articles