Dutch tech groeit, maar dreigt talent en startups te verliezen
Dat blijkt uit het nieuwste State of Dutch Tech-rapport van Techleap.
Met 11.301 geverifieerde techbedrijven en 2,64 miljard euro aan venture capital in 2025 behoort Nederland nog altijd tot de meer geconcentreerde ecosystemen van Europa.
Tegelijkertijd signaleren de onderzoekers drie strategische uitdagingen voor de komende vijf jaar:
• een dalende oprichting van nieuwe startups
• een relatief lage doorgroei naar scaleups
• beperkte mogelijkheden om bedrijven daadwerkelijk op grote schaal te laten groeien.
Minder deals, meer geld
Nederlandse techbedrijven haalden in 2025 circa 2,6 miljard euro op verdeeld over 265 investeringsrondes. Opvallend is de tweedeling in de markt: het geïnvesteerde kapitaal steeg met 11 procent, terwijl het aantal deals met 15 procent daalde. Met andere woorden: minder bedrijven halen grotere rondes op.
Vooral in de vroege fase wordt het lastiger om financiering te vinden. Deals onder de 15 miljoen euro nemen het snelst af, waardoor founders meer moeite hebben om de periode tot product–market fit te overbruggen.
Tegelijkertijd spelen Amerikaanse investeerders een steeds grotere rol: zij zijn inmiddels betrokken bij meer dan 40 procent van de rondes boven de 50 miljoen euro.
Ook aan de exitkant blijft het ecosysteem afhankelijk van externe partijen. Meer dan 90 procent van de exits in 2025 bestond uit overnames, terwijl slechts 11 van de 888 exits tussen 2019 en 2025 een beursgang waren.
Hoewel overnames sneller liquiditeit opleveren, beperken relatief kleine exits de hoeveelheid kapitaal die opnieuw in startups kan worden geïnvesteerd.
Deeptech als onderscheidende kracht
Een van de duidelijkste concurrentievoordelen van Nederland ligt in deeptech. Hoewel deze bedrijven slechts 12 procent van het ecosysteem vormen, zijn ze goed voor 41 procent van alle scaleups. Dat resulteert in een scaleup-ratio van 39 procent. Dat is ruim twee keer zo hoog als in niet-deeptechsectoren.
Nederland heeft sterke posities opgebouwd in onder meer quantumtechnologie, fotonica, geavanceerde materialen en duurzame chemie. Topuniversiteiten en corporate ecosystemen spelen hierbij een belangrijke rol, net als de Brabantse chipcluster rond ASML.
Toch zit er een zwakke plek in het financieringslandschap: groeirondes blijven gemiddeld kleiner dan in vergelijkbare internationale ecosystemen. Daardoor moeten veelbelovende bedrijven vaker kapitaal in het buitenland ophalen of genoegen nemen met minder gunstige voorwaarden, wat kan leiden tot waardecreatie buiten Nederland.
AI-paradox: veel talent, beperkte schaal
Ook op het gebied van kunstmatige intelligentie presteert Nederland bovengemiddeld, althans op papier. Met 10,9 AI-professionals per 10.000 inwoners heeft het land de hoogste talentdichtheid van Europa. AI-bedrijven vormen 9 procent van het ecosysteem en bijna een vijfde van alle scaleups.
Toch vertaalt deze sterke talentbasis zich nog niet in een vergelijkbaar aantal snelgroeiende bedrijven. AI is goed voor 27 procent van de Nederlandse venture-investeringen, minder dan het Europese gemiddelde (32 procent) en ver onder de Verenigde Staten (60 procent).
Daar komt bij dat circa 70 procent van het AI-talent werkt bij gevestigde bedrijven in plaats van startups. Bovendien ontstaat er een financieringskloof in de groeifase: Amsterdam staat wereldwijd op de zesde plek voor vroege AI-investeringen, maar zakt naar plaats achttien bij groeirondes. In 2025 was bovendien driekwart van alle AI-investeringen afkomstig van buitenlandse partijen.
Founder factories versterken het ecosysteem
Een opvallende conclusie in het rapport is de rol van zogeheten founder factories: succesvolle techbedrijven waarvan oud-medewerkers zelf nieuwe startups beginnen en zo een vliegwieleffect creëren.
Maar liefst elf Nederlandse bedrijven staan in de Europese top 250 founder factories en brachten samen circa 140 alumniventures voort. Booking.com voert de lijst aan met vijftig geïdentificeerde founders, gevolgd door Adyen, TomTom, OLX en Backbase.
De geografische spreiding verschilt per bedrijf. Alumni van Booking.com starten relatief vaak bedrijven in India, terwijl oud-medewerkers van TomTom en Elastic zich vaker op de Amerikaanse markt richten. Adyen vormt een uitzondering: ongeveer de helft van de alumni-founders blijft in Nederland en bouwt hier nieuwe fintech- en betalingsbedrijven.
Volgens het rapport laat dit zien dat talentbehoud geen gegeven is, maar beïnvloed wordt door bedrijfscultuur, sector en het actief cultiveren van netwerken.
Conclusie: Nederland beschikt over een solide techbasis en sterke specialisaties, maar moet de komende jaren vooral werken aan betere doorgroei, meer groeikapitaal en een hogere startupinstroom. Lukt dat, dan kan het ecosysteem zijn concurrentiepositie in Europa verder verstevigen.
LEES OOK: PwC: dealvolume venture capital steeg met 5.800 procent in kwart eeuw
